
IN HET KORT
• De klimaatimpact van koudemiddelen wordt doorgaans uitgedrukt in GWP over 100 jaar. GWP vergelijkt de klimaatwerking van 1 kg koudemiddel met die van 1 kg CO₂ over dezelfde periode.
• GWP20 kijkt naar dezelfde verhouding, maar over een periode van 20 jaar. Vooral bij relatief kortlevende broeikasgassen kan deze waarde duidelijk hoger zijn dan de GWP100-waarde.
• GWP100 blijft binnen de koudetechniek en F-gassenregelgeving de gangbare maatstaf. GWP20 kan aanvullend inzicht geven in de klimaatimpact op kortere termijn.
• De keuze voor een koudemiddel gaat bovendien verder dan GWP alleen. Ook andere milieueffecten, zoals afbraakproducten en hoe lang deze in het milieu aanwezig blijven, kunnen worden meegewogen.
Global Warming Potential (GWP) is een maatstaf waarmee de klimaatwerking van een broeikasgas wordt vergeleken met die van CO₂.
Daarbij wordt gekeken naar de geïntegreerde klimaatwerking na de uitstoot van 1 kg van een broeikasgas ten opzichte van 1 kg CO₂, over een bepaalde periode.
De meest gebruikte tijdshorizon is 100 jaar: GWP100. Bij GWP20 wordt dezelfde vergelijking gemaakt, maar dan over de eerste 20 jaar na uitstoot.
Welke GWP-waarde een koudemiddel krijgt, hangt daardoor mede af van de gekozen tijdshorizon. Dat komt doordat broeikasgassen verschillen in hoe sterk ze warmte vasthouden en hoe lang ze in de atmosfeer aanwezig blijven.
Bij verschillende gefluoreerde koudemiddelen ligt de GWP20-waarde hoger dan de GWP100-waarde. Dat betekent dat hun klimaatwerking ten opzichte van CO₂ in de eerste twintig jaar relatief sterker kan zijn.
Daarbij is een belangrijke nuance nodig: een hogere GWP20 betekent niet dat de totale klimaatimpact over twintig jaar groter is dan over honderd jaar. GWP is een verhouding ten opzichte van CO₂ en die verhouding verandert wanneer een andere tijdshorizon wordt gekozen.
Vooral bij broeikasgassen die relatief kort in de atmosfeer aanwezig blijven, kan GWP20 daardoor aanvullende informatie geven over hun bijdrage aan opwarming op kortere termijn.
Bij natuurlijke koudemiddelen zoals R744 (CO₂), R717 (ammoniak) en R290 (propaan) blijft de directe klimaatimpact relatief beperkt.
Hoewel GWP20 een erkende wetenschappelijke maatstaf is, wordt binnen klimaatbeleid en de koudetechniek voornamelijk GWP100 gebruikt.
Ook de Europese F-gassenverordening gaat bij de definitie en beoordeling van GWP in principe uit van een tijdshorizon van 100 jaar. GWP100 vormt daarmee de basis voor onder andere de wettelijke GWP-waarden en de berekening van CO₂-equivalenten.
GWP20 vervangt deze maatstaf dus niet. Het kan wel worden gebruikt als aanvullende vergelijking om beter inzicht te krijgen in de klimaatwerking van een koudemiddel op kortere termijn.
Bij de overstap naar koudemiddelen met een lagere GWP is het belangrijk om niet uitsluitend naar één getal te kijken. Ook andere technische en milieueffecten kunnen een rol spelen.
HFO’s en verschillende A2L-koudemiddelen hebben bijvoorbeeld doorgaans een lagere GWP100 dan veel oudere HFK-koudemiddelen. Tegelijkertijd kunnen bepaalde gefluoreerde koudemiddelen bij afbraak in de atmosfeer stoffen vormen zoals trifluorazijnzuur (TFA).
TFA wordt nauwelijks verder afgebroken en wordt aangetroffen in onder andere water en bodem. Daarom groeit de aandacht voor de mogelijke milieu-impact van dergelijke afbraakproducten.
Dat maakt het relevant om bij de keuze voor een koudemiddel niet alleen naar de directe bijdrage aan klimaatopwarming te kijken, maar ook naar andere mogelijke milieueffecten.
Het terugdringen van broeikasgasemissies blijft een belangrijk uitgangspunt bij het ontwerp van koel- en verwarmingsinstallaties. Tegelijkertijd is het belangrijk om de totale impact van een koudemiddel mee te nemen.
Natuurlijke koudemiddelen zoals CO₂, ammoniak en propaan hebben een lage directe klimaatimpact en kennen niet dezelfde problematiek rond persistente fluorhoudende afbraakproducten als verschillende synthetische koudemiddelen.
Welke oplossing het meest geschikt is, hangt uiteindelijk af van veel meer dan alleen GWP. Onder andere de toepassing, veiligheid, temperaturen, installatie-opbouw, energiegebruik en bedrijfsvoering spelen mee.
GWP20 kan worden gebruikt wanneer naast de langetermijnimpact ook inzicht gewenst is in de klimaatwerking van een koudemiddel op kortere termijn.
De tijdshorizon van twintig jaar staat daarbij los van de technische levensduur van een installatie. Voor iedere afzonderlijke emissie wordt gekeken naar de klimaatwerking gedurende de twintig jaar die daarop volgen.
Een koudemiddel dat bijvoorbeeld na vijftien jaar gebruik uit een installatie lekt, wordt voor GWP20 beoordeeld op de twintig jaar ná die uitstoot. GWP20 zegt dus niet hoeveel klimaatimpact een installatie gedurende haar eerste twintig bedrijfsjaren veroorzaakt.
In de praktijk blijft GWP100 de belangrijkste maatstaf. Door GWP20 aanvullend te bekijken, kan wel beter zichtbaar worden hoe verschillende koudemiddelen zich op kortere termijn ten opzichte van CO₂ gedragen.
Wie koudemiddelen vergelijkt, doet er daarom goed aan verder te kijken dan één getal. GWP100 vormt daarbij de gangbare basis, terwijl GWP20 aanvullende context kan bieden. Door daarnaast ook technische eigenschappen en andere milieueffecten mee te wegen, ontstaat een completer beeld van een koudemiddelkeuze.
Wilt u de koudemiddelkeuze voor een nieuwe of bestaande installatie bespreken? Onze specialisten denken graag mee.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.
Block quote
Ordered list
Bold text
Emphasis
Superscript
Subscript
GWP20 vergelijkt het opwarmingspotentieel van een broeikasgas over 20 jaar, terwijl GWP100 dezelfde impact over 100 jaar beoordeelt. Bij koudemiddelen met een relatief korte atmosferische levensduur kan de kortere tijdshorizon een hogere relatieve klimaatimpact laten zien.
Veel koel- en klimaatsystemen hebben een technische levensduur van ongeveer 20 jaar. In die periode kan koudemiddel door lekkage, onderhoud of servicewerkzaamheden vrijkomen. GWP20 kan daarom aanvullende context geven over de klimaatimpact tijdens de gebruiksperiode van de installatie.
Niet per definitie. GWP is één onderdeel van de totale milieu-impact. Ook andere aspecten, zoals afbraakproducten en persistentie in het milieu, kunnen relevant zijn. Daarom is het belangrijk om koudemiddelen breder te beoordelen dan alleen op één GWP-waarde.
GWP100 blijft een belangrijke en veelgebruikte maatstaf, maar geeft niet in elke situatie het volledige beeld. Voor koudemiddelen die gedurende een kortere periode sterk bijdragen aan opwarming kan GWP20 aanvullende informatie geven. Zeker bij installaties met een levensduur van ongeveer 20 jaar helpt deze tijdshorizon om de klimaatimpact tijdens de gebruiksperiode beter mee te wegen.
Wie koudemiddelen vergelijkt, doet er daarom goed aan verder te kijken dan één getal. Door GWP20 en GWP100 naast elkaar te zetten en ook andere milieueffecten mee te nemen, ontstaat een completer beeld van de totale impact van een koudemiddelkeuze.
Wilt u de koudemiddelkeuze voor een nieuwe of bestaande installatie bespreken? Onze specialisten denken graag mee.

Ontdek wat een klimaatkamer is, welke klimaatcondities worden geregeld en wanneer termen als klimaatcel, testcel of groeikamer worden gebruikt.

Ontdek wanneer een industriële warmtepomp rendabel is. Met beslismodel, subsidieoverzicht en inzicht in voorwaarden voor een terugverdientijd onder vijf jaar.

Een klimaatkamer schoonmaken lijkt eenvoudiger dan het is, totdat de paneelcoating na een paar maanden begint los te laten. De combinatie van hoge luchtvochtigheid, voedingswater en de specifieke mat
Ontvang elke maand onze nieuwste technische publicaties en projectupdates direct in uw inbox.
Onze ingenieurs staan voor u klaar om elk technisch vraagstukte vertalen naar een werkbare, duurzame oplossing.