Home

>

Kennisbank

>

Heading

>

Industriële warmtepomp: wanneer is het rendabel? Beslissingsmodel met subsidies (ISDE, EIA, SDE++)

IN HET KORT

• Een industriële warmtepomp kan financieel interessant zijn als de restwarmtebron bijvoorbeeld minimaal 50 °C beschikbaar is, het procesverbruik minimaal 500 kW warmtevraag heeft en de jaarlijkse draaiuren minimaal 4.000 bedragen.

• Subsidies kunnen de netto investering aanzienlijk verlagen, afhankelijk van de gekozen regeling, configuratie en geldende combinatieregels. Aanvragen moeten worden ingediend vóór de start van de installatie.

• De terugverdientijd ligt gemiddeld op 4 tot 10 jaar bij een COP van 3 tot 5 en een gasprijs van €0,40 tot €0,60 per m³. Bij hogere energieprijzen of een grotere warmtevraag is een kortere terugverdientijd realistisch.

Hoe werkt een industriële warmtepomp?

Een industriële warmtepomp werkt op hetzelfde principe als een huishoudelijke warmtepomp, maar op een heel andere schaal en met andere koudemiddelen. De machine haalt warmte uit een bron, zoals restwarmte, proceswater of buitenlucht, en brengt die via een compressor naar het gewenste procesniveau.

Brontemperatuur, leveringstemperatuur en temperatuurlift bepalen samen de toepassingsmogelijkheid van een warmtepomp:

R290 (propaan):Brontemperatuur tot -30 °C, leveringstemperatuur tot 75 °C, temperatuurlift > 5 KR744 (CO₂): Brontemperatuur tot -20 °C, leveringstemperatuur tot 85 °C, temperatuurlift > 20 KR600a (isobutaan):Brontemperatuur tot 15 °C, leveringstemperatuur tot 95 °C, temperatuurlift > 5 K
R717 (NH₃): Brontemperatuur tot -10 °C, leveringstemperatuur tot 95 °C, temperatuurlift > 5 K


Cascade-configuraties met twee koudemiddelcircuits voor hoge temperatuur, tot boven 120 °C inclusief stoom: geschikt voor onder andere stoomproductie en chemische processen. Bijvoorbeeld met R717, R718 of R600a.

Voor grote industriële installaties is ammoniak (NH₃) het meest efficiënte koudemiddel. CO₂ (R744) is geschikt voor hoge-temperatuurtoepassingen met een grote temperatuurlift. R290 presteert optimaal bij een lage leveringstemperatuur. R600a is een goed passend koudemiddel om beschikbare laagwaardige restwarmte op te werken naar hoogwaardige warmte. Cascade-configuraties met bijvoorbeeld R717 halen uitgangstemperaturen die een enkelvoudige kringloop niet bereikt. Nijssen werkt voor diverse toepassingen samen met Fenagy.

Warmtebronnen zijn procesgebonden: restwarmte uit de eigen koelinstallatie, proceswater, ventilatielucht of buitenlucht. De kwaliteit van de bron bepaalt in grote mate hoe goed de investering rendeert.

Wanneer is een industriële warmtepomp rendabel? Drie beslisparameters

De drie onderstaande parameters bepalen samen of de businesscase realistisch is.

Parameter 1 — Brontemperatuur, gewenste leveringstemperatuur en koudemiddelkeuze

De brontemperatuur, gewenste leveringstemperatuur en koudemiddelkeuze zijn de meest bepalende factoren. Ieder koudemiddel presteert anders bij verschillende bron- en leveringstemperaturen. Het is belangrijk om deze temperaturen goed inzichtelijk te hebben, zodat het juiste koudemiddel kan worden gekozen en het jaarrendement betrouwbaar kan worden bepaald.

Parameter 2 — Warmtevraag en draaiuren

Onder 500 kW warmtevraag, gecombineerd met minder dan 3.000 draaiuren per jaar, is een terugverdientijd onder zeven jaar zelden realistisch. De vaste kosten van engineering, installatie en onderhoud zijn dan relatief hoog ten opzichte van de jaarlijkse besparing.

Boven 1 MW thermisch vermogen en 5.000 draaiuren per jaar verandert het beeld snel. De jaarlijkse gasbesparing is dan groot genoeg om de investering in vier tot zes jaar terug te verdienen, ook zonder subsidie.

Parameter 3 — Gasprijs en CO₂-prijs

Bij een gasprijs van €0,40 per m³ en een EU ETS CO₂-heffing van €65 per ton, als referentieniveau voor 2025, is een COP van 3 al competitief met directe gasverwarming. Bij een gasprijs van €0,60 per m³, bijvoorbeeld in piekperiodes, kan de terugverdientijd onder vier jaar uitkomen. Nijssen maakt voor uw situatie een projectspecifieke berekening.

Subsidie: ISDE, EIA en SDE++

De regelingen kunnen de netto investering verlagen, maar de combinatieregels zijn strikt. Hieronder staan de belangrijkste punten per regeling.

ISDE — Investeringssubsidie Duurzame Energie

Zakelijke warmtepompen met een vermogen van minimaal 100 kW komen in aanmerking voor ISDE. Het subsidiebedrag hangt af van het type installatie en de categoriecode op de RVO-meldcodelijst. In 2026 is €500 miljoen budget beschikbaar. De aanvraag moet worden ingediend vóór of bij de start van de installatie. Bron: rvo.nl/isde.

In de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) zijn bedrijfsmiddelen opgenomen die ook op de Energielijst staan. Een bedrijfsmiddel kan niet voor beide regelingen in aanmerking komen. Krijgt u voor een bedrijfsmiddel ISDE-subsidie? Dan kunt u voor dit bedrijfsmiddel geen EIA aanvragen.

EIA — Energie-investeringsaftrek

EIA geeft 40 procent fiscale aftrek op de investeringskosten voor investeringen die op de Energielijst staan. De aanmelding moet binnen drie maanden na opdrachtbevestiging plaatsvinden. Bron: rvo.nl/eia.

In de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) zijn bedrijfsmiddelen opgenomen die ook op de Energielijst staan. Een bedrijfsmiddel kan niet voor beide regelingen in aanmerking komen. Krijgt u voor een bedrijfsmiddel ISDE-subsidie? Dan kunt u voor dit bedrijfsmiddel geen EIA aanvragen.

SDE++ — Stimulering Duurzame Energieproductie

SDE++ is een productiesubsidie per opgewekte gigajoule nuttige warmte. De regeling is praktisch relevant voor installaties boven 1 MW en loopt 12 tot 15 jaar. RVO opent de regeling één keer per jaar. Bron: rvo.nl/sde.

Subsidiebedragen worden jaarlijks herzien. Controleer rvo.nl voor actuele tarieven vóór uw aanvraag.

Het combineren van de Energie-investeringsaftrek (EIA) en de SDE++ voor exact hetzelfde bedrijfsmiddel is wettelijk niet toegestaan. U ontvangt óf de exploitatiesubsidie van de SDE++ óf het fiscale voordeel van de EIA.

De regelingen kunnen elkaar in de praktijk op de volgende manier aanvullen:

• Voor verschillende maatregelen: u kunt voor een grote installatie bijvoorbeeld SDE++ aanvragen voor de opwek en daarnaast EIA inzetten voor andere, losse energiebesparende maatregelen binnen uw bedrijfspand, zoals ledverlichting of isolatie.

Praktijkvoorbeeld: terugverdientijd berekend

Het onderstaande model is gebaseerd op een fictief maar realistisch foodbedrijf. De getallen zijn illustratief. De werkelijke terugverdientijd hangt af van het restwarmteprofiel, het elektriciteitscontract, de subsidietoewijzing en de onderhoudskosten.

Situatie

• Warmtevraag: 800 kW thermisch, 5.500 draaiuren per jaar, oftewel 4.400 MWh per jaar.
• Huidige situatie: aardgasketel, gasverbruik 1,5 miljoen m³ per jaar als totaal bedrijfsverbruik.
• Warmtepomp: NH₃, COP 4, restwarmtebron uit eigen koelinstallatie op 35 °C.

Stap 1 — Investeringskosten

Bruto investering: €1,0 miljoen.

Stap 2 — Subsidies

• EIA fiscaal aftrekeffect: 40% × €1,0 miljoen × 25% effectief VPB-tarief = €100.000.
• Netto investering na subsidies: €900.000.

Let op: deze subsidies mogen niet altijd met elkaar worden gecombineerd.

• U mag de EIA niet combineren met de Milieu-investeringsaftrek (MIA) voor hetzelfde investeringsbedrag.
• U mag de EIA niet combineren met de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE). In de ISDE-regeling zijn bedrijfsmiddelen

opgenomen die ook op de Energielijst staan. Een bedrijfsmiddel kan niet voor beide regelingen in aanmerking komen. Wanneer u voor een bedrijfsmiddel ISDE-subsidie krijgt, mag u voor dit bedrijfsmiddel geen melding voor EIA indienen.

Stap 3 — Jaarlijkse energiebesparing

De warmtepomp vervangt de gasverwarming voor de 4.400 MWh warmtevraag. Daarmee bespaart u circa 500.000 m³ aardgas per jaar. Bij €0,50 per m³, inclusief CO₂-toeslag op 2025-niveau, resulteert dat in €250.000 jaarlijkse gasbesparing.

Stap 4 — Terugverdientijd

Vereenvoudigd, exclusief elektriciteitskosten: €900.000 / €250.000 = 3,6 jaar.

De werkelijke terugverdientijd is hoger door het elektriciteitsverbruik van de warmtepomp. Bij een COP van 4 verbruikt de installatie 1.100 MWh elektriciteit per jaar. Tegen €0,14 per kWh, indicatief en afhankelijk van het zakelijke all-in tarief inclusief netkosten en energiebelasting, komt dat neer op €154.000 aan extra elektriciteitskosten.

De netto jaarlijkse besparing bedraagt dan €96.000, met een gecorrigeerde terugverdientijd van 9,5 jaar. Bij hogere gasprijzen, bijvoorbeeld €0,60 per m³, daalt de gecorrigeerde terugverdientijd naar 6 à 7 jaar. Nijssen maakt voor uw situatie een nauwkeurige berekening op basis van uw energiecontract en restwarmteprofiel.

Heading 2

Heading 3

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

Block quote

Ordered list

  1. Item 1
  2. Item 2
  3. Item 3

Text link

Bold text

Emphasis

Superscript

Subscript

Veelgestelde vragen

Kan ik mijn bestaande stoomketel vervangen door een warmtepomp?

+

Hoogtemperatuur-warmtepompen halen via een ammoniak-pentaan cascade (zoals Fenagy-technologie) stoomtemperaturen tot 140 tot 160°C. Bij procestemperaturen onder 90°C volstaat een NH3-warmtepomp. Directe vervanging vereist een procesaudit, met name voor piekbelastingen die de warmtepomp alleen niet aankan. Een hybride configuratie, waarbij de warmtepomp de basislast dekt en de ketel de pieken afvangt, is in veel gevallen de meest kosteneffectieve oplossing.

Moet ik al een koelinstallatie hebben om een warmtepomp te laten werken?

+

Nee. Een koelinstallatie is niet verplicht, maar restwarmte uit een bestaande koelinstallatie is wel de meest efficiënte warmtebron, omdat de brontemperatuur structureel hoger ligt. Zonder restwarmtebron werkt de warmtepomp op buitenlucht of proceswater, met een lagere COP als gevolg. De combinatie van een koelinstallatie en een warmtepomp in één geïntegreerd systeem is technisch goed mogelijk en levert het hoogste totale rendement.

Hoe lang duurt de aanvraag en installatie van een industriële warmtepomp?

+

SDE++ werkt met openstellingsrondes, twee keer per jaar. Het aanvraagproces neemt drie tot zes maanden in beslag. Engineering en productie kosten afhankelijk van de installatiegrootte zes tot twaalf maanden. Rekent u daarna op een inbedrijfstelling van enkele weken: de realistische doorlooptijd van eerste verkenning tot ingebruikname bedraagt 12 tot 18 maanden. ISDE is doorlopend aanvraagbaar, maar het subsidiebudget is eindig, en vol is vol.

Conclusie

Een industriële warmtepomp loont bij de juiste schaal, een bruikbare restwarmtebron en een warmtevraag van voldoende omvang. Subsidie kan de netto investering aanzienlijk verlagen, maar vraagt om aandacht, tijdige aanvraag en controle van de geldende combinatieregels. De beslissing vraagt altijd om een berekening op maat, omdat de terugverdientijd sterk afhankelijk is van uw specifieke energieprofiel, elektriciteitscontract en subsidietoewijzing.

Klimaatkamer schoonmaken: protocol, middelen en valkuilen

Een klimaatkamer schoonmaken lijkt eenvoudiger dan het is, totdat de paneelcoating na een paar maanden begint los te laten. De combinatie van hoge luchtvochtigheid, voedingswater en de specifieke mat

Klimaatkamer uitgelegd: werking, toepassingen en wat u moet weten

Ontdek wat een klimaatkamer is, welke klimaatcondities worden geregeld en wanneer termen als klimaatcel, testcel of groeikamer worden gebruikt.

Natuurlijke koudemiddelen: ammoniak, CO₂ of propaan — wat past bij uw installatie?

Natuurlijke koudemiddelen zijn een toekomstbestendig alternatief voor R404A en R507F. Dit artikel vergelijkt ammoniak, CO₂ en propaan op kosten, veiligheid en toepassing.

Op de hoogte blijven?

Ontvang elke maand onze nieuwste technische publicaties en projectupdates direct in uw inbox.

Onze ingenieurs staan voor u klaar om elk technisch vraagstukte vertalen naar een werkbare, duurzame oplossing.